Kinderen
Wisselen van het melkgebit: wat is normaal?
Wisselen melkgebit: wanneer tanden wisselen, de volgorde, haaientandjes, de eerste blijvende kies en wanneer je je echt zorgen hoeft te maken.
Op deze pagina
Rond een jaar of zes komt de eerste wiebeltand. Het wisselen van het melkgebit is een proces dat zich over jaren uitstrekt: van ongeveer het zesde tot het dertiende, veertiende jaar verdwijnen langzaam de twintig melktanden en komen er tweeëndertig blijvende tanden voor in de plaats (verstandskiezen meegerekend). In die periode ziet een kindermond er soms wat rommelig uit: een gat hier, een scheve tand daar, een dubbele rij. Het meeste daarvan is gewoon normaal. Hieronder lees je wat je kunt verwachten en bij welke dingen het verstandig is om even langs te komen.
We beginnen liever met geruststellen dan met behandelen. De meeste vragen die ouders ons stellen over het wisselen gaan over situaties die vanzelf goed komen. Maar er zijn een paar momenten waarop het wél handig is dat we meekijken.
Wanneer begint het wisselen en in welke volgorde?
Het wisselen start meestal rond het zesde jaar, maar de spreiding is groot. Begint je kind op zijn vijfde, of pas tegen zijn zevende? Beide kan prima. De leeftijd waarop de eerste tand los gaat zitten, zegt weinig over hoe het verder verloopt.
De volgorde is vrij voorspelbaar. Meestal gaat het zo:
- Eerst de onderste snijtanden (de twee voortandjes onderin).
- Daarna de bovenste snijtanden.
- Vervolgens de zijtanden en hoektanden en als laatste de melkkiezen.
Het achterste deel van het gebit wisselt het langst door, tot ongeveer het twaalfde tot veertiende jaar. Een blijvende tand schuift onder de melktand omhoog en lost gaandeweg de wortel ervan op. Daardoor gaat de melktand vanzelf wiebelen en valt hij er uiteindelijk uit. Dat is precies de bedoeling: een wiebeltand betekent meestal dat eronder alles op schema ligt.
De eerste blijvende kies: makkelijk over het hoofd te zien
Eén tand verdient aparte aandacht, juist omdat hij geen melktand vervangt: de eerste blijvende kies, ook wel de zesjaarskies. Rond het zesde jaar breekt deze door achter de laatste melkkies. Er valt dus geen tand voor uit en er ontstaat geen gat dat opvalt. Veel ouders (en kinderen) merken daarom helemaal niet dat hij er is.
Dat maakt deze kies kwetsbaar. Het glazuur van een net doorgebroken kies is nog vrij poreus en daardoor gevoeliger voor gaatjes. De kies ligt bovendien ver naar achteren, waar een kindertandenborstel niet vanzelf komt. Ons advies is nuchter: poets vanaf het moment dat je dit kiesje ziet bewust de achterste kauwvlakken mee en blijf als ouder meehelpen met poetsen tot ongeveer hun tiende en daarna nacontroleren, in elk geval tot een jaar of twaalf. Voor het opbouwen van een goede routine kan onze poetstimer handig zijn. Meer over gaatjes voorkomen lees je in dit artikel.
Haaientandjes: de dubbele rij
Een veelgestelde vraag: de blijvende tand komt al door, maar de melktand zit nog stevig vast, vaak ervóór. Even staan er dan twee rijen tanden, meestal onderin achter de melksnijtanden. Dit heet in de volksmond haaientandjes, naar de vis met zijn meerdere rijen.
Het ziet er gek uit, maar in de meeste gevallen is het onschuldig. De melktand komt vaak alsnog vanzelf los doordat de tong en het kauwen er voortdurend tegenaan werken en de blijvende tand schuift dan langzaam naar zijn plek. Geef het een paar weken de tijd.
Wat we je afraden:
- Trek een wiebeltand nooit zelf met geweld los. Laat hem op zijn eigen moment vallen.
- Maak je niet meteen zorgen om de stand. Een nieuwe tand staat vaak eerst wat scheef en draait vanzelf bij.
Wanneer wél even langskomen? Als de melktand na een paar weken nog muurvast zit terwijl de blijvende tand er duidelijk doorheen komt, kijken we of het helpt om de melktand te verwijderen, zodat de blijvende tand de ruimte krijgt. Dat doen we alleen als het echt nodig is, niet uit voorzorg.
Wanneer hoef je je geen zorgen te maken (en wanneer wel)
Het korte antwoord: bijna altijd hoef je je geen zorgen te maken. Variatie in leeftijd, volgorde, tijdelijk scheve tanden en een korte dubbele rij horen er gewoon bij.
We kijken graag mee als:
- een melktand uitvalt door een val of stoot in plaats van vanzelf;
- er een tand uitvalt en er na een half jaar nog steeds niets doorkomt op die plek;
- je kind aanhoudend pijn heeft, of een tand bruin verkleurt of afbreekt;
- een melktand lang los blijft zitten en niet wil vallen en je kind er last van houdt.
Dit zijn geen alarmsignalen, eerder redenen om het bij een gewone periodieke controle te bespreken. Tijdens zo’n controle houden we het wisselen sowieso in de gaten; daar is de kindertandarts op gericht.
Maak je je zorgen, of weet je gewoon niet zeker of iets normaal is? Plan een controle of stel je vraag via contact, meekijken stelt je meestal gerust. Is er een ongeluk gebeurd, bijvoorbeeld een tand die door een val los of eruit zit, bel dan voor spoed.
Tandmere · Almere
Twijfel je over je gebit? Plan gerust een controle.