Naar inhoud

Klachten

Tandenknarsen en slijtage van je gebit

Tandenknarsen en klemmen geven slijtage, gevoeligheid en kaakpijn. Lees over oorzaken, een opbeetplaat en het verschil met zuurslijtage.

4 min lezen Tandmere Kennisbank

Tandartspraktijk Tandmere, Klachten
Foto: mark sebastian / CC BY-SA 2.0, Wikimedia Commons
Op deze pagina
  1. Waarom mensen knarsen en klemmen
  2. Waar je het aan merkt
  3. De opbeetplaat: wat die wel en niet doet
  4. Zuurslijtage: een andere oorzaak met hetzelfde gevolg
  5. Wanneer langskomen

Veel mensen merken pas dat ze knarsen als iemand anders het hoort, of als wij het tijdens een controle aan het gebit zien. Tandenknarsen gebeurt namelijk vaak ‘s nachts, terwijl je slaapt en daar heb je zelf zelden iets van mee. De tandheelkundige term voor knarsen en klemmen samen is bruxisme. Bij knarsen schuif je je tanden en kiezen krachtig over elkaar; bij klemmen pers je ze hard op elkaar. Beide zetten je gebit en kaak onder druk en op de lange duur kan dat zichtbaar worden. Hieronder zetten we op een rij wat er gebeurt, wat een opbeetplaat wel en niet doet en waarom zuurslijtage een ander verhaal is.

Waarom mensen knarsen en klemmen

De precieze oorzaak van bruxisme is vaak moeilijk aan te wijzen. Meestal spelen er meerdere dingen tegelijk mee. Factoren die we kennen zijn onder andere:

  • Stress en spanning, periodes van druk, zorgen of een slechte nachtrust gaan vaak samen met meer klemmen en knarsen.
  • Slaap, knarsen hangt samen met de manier waarop je slaapt; bij sommige mensen is de spieractiviteit ‘s nachts simpelweg hoger.
  • Roken, alcohol en cafeïne, die werken stimulerend en kunnen het versterken.
  • Bepaalde medicijnen of drugs en in zeldzame gevallen aandoeningen van het zenuwstelsel.

Het is meestal niet één knop die je omzet en dus ook niet iets dat we in één afspraak oplossen. We kijken wat we zien, vragen door naar hoe je slaapt en of er veel speelt en bespreken wat zin heeft.

Waar je het aan merkt

Knarsen en klemmen kun je vaak terugzien en terugvoelen. De meest voorkomende gevolgen:

  • Slijtage van het gebit. Door tanden en kiezen langdurig over elkaar te schuiven, slijt het glazuur. Kauwvlakken worden vlakker en randjes korter. Soms breekt er een stukje af, of gaat een vulling kapot onder de druk.
  • Gevoelige tanden. Naarmate er glazuur verdwijnt, kan de tand gevoeliger worden voor koud, warm en zoet.
  • Kaakklachten en hoofdpijn. Klemmen belast de kauwspieren. Dat kan een vermoeid, stijf of pijnlijk gevoel in de kaak geven, soms uitstralend naar de slapen of als hoofdpijn bij het wakker worden.
  • Grotere kauwspieren. Bij wie veel en lang klemt, kunnen de kauwspieren wat groter worden, waardoor de onderkant van het gezicht iets hoekiger oogt.

Niet iedereen die knarst krijgt klachten. Maar omdat de schade geleidelijk gaat, is een periodieke controle juist hier waardevol: we zien beginnende slijtage vaak eerder dan jij hem merkt en kunnen het in de gaten houden voordat ingrijpen nodig is. Meer over wat zo’n controle inhoudt lees je bij periodieke controle.

De opbeetplaat: wat die wel en niet doet

Bij knarsen ‘s nachts is een opbeetplaat meestal de eerste stap. Het is een doorzichtig, op maat gemaakt plaatje van kunsthars dat je tijdens het slapen draagt. Belangrijk om te weten: een opbeetplaat laat je niet stoppen met knarsen. Hij neemt de oorzaak niet weg. Wat hij wel doet, is de krachten opvangen, zodat je op het plaatje knarst in plaats van op je eigen tanden. Zo voorkom je verdere slijtage en breuk. Bij sommige mensen helpt het daarnaast om de kauwspieren wat meer te ontspannen.

We schrijven een opbeetplaat dus niet standaard voor “voor de zekerheid”. We doen het wanneer we daadwerkelijk slijtage of klachten zien en het zinvol is om je gebit te beschermen. Spelen er vooral stress of slaapklachten, dan kan een verwijzing naar bijvoorbeeld een kaakfysiotherapeut of het aanpakken van de onderliggende spanning meer opleveren dan alleen een plaatje. Dat bespreken we met je.

Zuurslijtage: een andere oorzaak met hetzelfde gevolg

Slijtage komt niet alleen door knarsen. Een aparte, veelvoorkomende oorzaak is zuurslijtage, ook wel tanderosie genoemd. Hierbij lost het glazuur op door zuren, niet door wrijving. Die zuren komen meestal van buiten, frisdrank, vruchtensap, citrusfruit, wijn, of van binnen, bijvoorbeeld bij vaak opboeren van maagzuur, reflux of frequent braken.

Het verraderlijke is dat je het lang niet voelt. Je merkt het vaak pas in een gevorderd stadium: tanden worden korter, dunner of doorschijnender, of gevoeliger. En net als bij slijtage door knarsen geldt: eenmaal verdwenen glazuur komt niet terug. Daarom is voorkomen hier het hele verhaal. Een paar nuchtere tips:

  • Beperk hoe vaak je iets zuurs neemt; het gaat meer om de frequentie dan om de hoeveelheid.
  • Drink zuur door een rietje en spoel daarna met water.
  • Poets niet meteen na iets zuurs. Het glazuur is dan even zachter; wacht ongeveer een uur.
  • Bij vaak opboeren van maagzuur of reflux: laat dat ook door je huisarts bekijken, want dat los je niet aan de tandartsstoel op.

Hoe je je gebit verder spaart bij wat je eet en drinkt, lees je in eten, drinken en je gebit. Soms zien we bij iemand beide tegelijk: knarsen én zuurslijtage. Dan is het belangrijk de juiste oorzaak aan te pakken, want een opbeetplaat helpt niet tegen zuur.

Wanneer langskomen

Hoor je van je partner dat je knarst, word je wakker met een stijve kaak, of merk je dat tanden korter of gevoeliger worden? Dan is het verstandig het een keer te laten bekijken. We boren niet voordat we zeker weten dat het nodig is, vaak is het eerst kijken, meten en het verloop volgen. Je kunt rustig een afspraak plannen voor een controle. Heb je acuut veel pijn of is er een tand gebroken, kijk dan bij spoed.

Tandmere · Almere

Twijfel je over je gebit? Plan gerust een controle.

Kennisbank

Verder lezen.

Alle artikelen →
Terug naar de kennisbank